Bonkerop.

Klare taal. In teksten en ideeën.

Een volle brooddoos, vijftien weken lang.

Tik, tik, tik. De klok in de klas van Lise tikt ongenadig verder. Zonder dat ze het zelf weet, tikt ze zachtjes mee op de maat van de secondewijzer. Lise zit in de derde kleuterklas. Kloklezen kan ze nog niet. Maar als de twee wijzers helemaal boven op de 12 staan, weet ze dat het weer tijd is. Het vervelendste moment van de dag. “Kindjes, neem allemaal je brooddoos en zet jullie aan tafel.” Het woord brooddoos is nu al haar meest gehate woord. Ze haalt de doos uit haar rugzakje en zet ze voor zich op tafel. Ze wacht op het teken van de juf. De seconden lijken wel uren te duren. “Begin maar, kindjes”. Haar maag rammelt, en hoopvol prutst ze het dekseltje van de doos. Een half sneetje hard brood met kaas. Met liefde gemaakt, dat wel. Maar veel te weinig.

In België groeit bijna één kind op vijf op in armoede. In de steden leven één op drie mensen in armoede. Kinderen vertrekken naar school met een lege brooddoos. Dagelijks. In Antwerpen. Vaders gaan te voet naar hun werk, want de tram is te duur. Dagelijks. In Gent. Oma’s eten nooit warm, want hun pensioen is te klein. Dagelijks. In Brussel, in Charleroi. Maar ook in Turnhout, Oostende en Kortrijk. Voedselbanken hebben meer en meer klanten. Mensen hebben het krap. Elke Euro telt.

En nu, in dit klimaat, zou de indexering van de kinderbijslag niet doorgaan. Voor de tweede keer al. Terwijl de kinderarmoede bijna verdubbeld is op tien jaar tijd. 87 Euro verschil per jaar klinkt voor veel mensen misschien niet veel. Maar grof berekend, kan Lise met 87 Euro vijftien weken lang een gevulde brooddoos hebben. Elke dag. Is dat dan niet de moeite waard?

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Politioneel ballet

Het doek gaat open. Het is stil in de straten van Molenbeek. Sinds de heisa van november, heerst er de afgelopen maanden een adagio. Het leven gaat weer verder. Van Salah Abdeslam geen spoor. Molenbeek wordt geviseerd als gevaarlijkste gemeente van de wijde omstreken.

Aan de coté cour, de rechterkant van het toneel, gaat alles op rolletjes. Het blauw van de bruine burgemeester is daadkrachtig. De criminaliteit is gedaald, de laatste jaren. Twee jaar geleden was er een klacht wegens racisme binnen de politie, maar die is zo snel mogelijk vergeten. De vogeltjes fluiten, aan de coté cour.

Intussen aan de coté jardin. Agenten staan met hun rug tegen de muur. De spanning is te snijden. Tussen hen in een deur. Gebonk. “Politie, doe open”. Het antwoord is even duidelijk als gruwelijk. Schoten gaan door de deur heen. Eén verdachte wordt gedood, de andere twee ontsnappen.

Aan de coté cour, in perfecte symbiose met de overwinning aan de coté jardin: drama. Tussen de helden blijken mollen te zitten. Mensen zonder papieren worden afgeperst en beroofd door politiemensen. Gemakkelijke prooien zijn het, zonder enige mogelijkheid tot verdediging. Mannen in uniform maken misbruik van hun machtsposititie tegenover mensen aan de rand van de maatschappij. De Antwerpse politie staat in grand écart.

Na een maandenlange adagio komt er in Molenbeek, de coté jardin, een grand allegro. In een paar sierlijke sprongen wordt Europa’s meest gezochte terrorist, Salah Abdeslam, gevat. Lévend gevat, wie had dat nog gedacht. Wat een prachtig politiewerk. Elegant, netjes, beschaafd.

Het sluitstuk is een opmerkelijk assemblé ammené, een verzameling van verdachten.Dat wordt vast een mooi samenspel, daar in de gevangenis.

 

 

 

Ook te lezen op De Wereld Morgen.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

De babydrager: pro’s en contra’s

De babydrager. Ik ben er grote fan van. Babydragers zijn vergelijkbaar met draagdoeken, maar dan zonder het gevecht met de doek. Je maakt er van je kind een rugzakje mee.  Wat een wieg of kinderwagen niet kan bereiken, kan een babydrager vaak wel. Krijsende baby’s in slaap krijgen, bijvoorbeeld. Of tegensputterende peuters vlot vervoeren. 

In heel wat systemen kunnen tegenwoordig kinderen tot vier jaar. Eén tip: vertel hen dat nooit! Of eerlijker: vertel het hen wel, want je kleuter op je rug, het is best gezellig. In je oor worden er stiekem grappige dingen verteld over de mensen rondom je, en dat is erg entertainend. Maar de gemiddelde moeder- of vaderrug kan dat kleuterdragen niet veel langer dan een half uurtje aan. Dus vertel de kleuter in kwestie dat de draagzak maar een half uurtje per dag werkt. Daarna verandert die in een kriebelmonster.

Een draagzak en een handtas zijn echt niet te combineren. Serieus. Tenzij je jezelf wil ophangen. Dan is het succes verzekerd. Want wat doe je eerst aan: de handtas of de draagzak? Het wordt helemaal leuk als je iets nodig hebt dat helemaal onderaan je handtas zit. Want de wetten van de fysica blijven -spijtig genoeg- nog altijd van kracht: als jij je bukt, gaat je handtas ook naar beneden. Jammer.

Ook een leuke: je baby (of peuter, of kleuter) slaapt op je rug of je buik, en je moet naar het toilet. Eerst een beetje, dus oké, je wacht wel tot de baby wakker is. Een beetje wordt dringend. Dringend wordt heel dringend. Je ziet jezelf al staan met een natgeplaste broek én een draagzak, en dus besluit je maar om met kind en al naar het toilet te gaan. Toegegeven, het is wat gepruts. Maar het gaat. En de blikken van de andere mensen als je het toilet uitkomt, die moet je er dan maar bij nemen. Oh ja, er is ook nog een versie voor gevorderden: die met de jumpsuit.

Los van alle bovenstaande euvels, moet ik eerlijk zijn: de babydrager is de beste babygerelateerde aankoop ooit.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Vijf vervelende eigenschappen van februari

De kerstperiode is al lang voorbij. En dat is meteen de eerste vervelende eigenschap van februari. Nu is het gewoon winter, zonder charme. Er is geen enkele reden om te vieren. Er is zelfs geen geld meer voor een troostcadeautje voor jezelf, want alles is uitgegeven aan kerstcadeaus. Het liefst zouden we heel februari ergens op een tropisch eiland onder een palmboom willen doorbrengen – wacht, dat geldt voor alle maanden. Maar toch, dit moet gewoon zo snel mogelijk voorbij zijn.

Regen. Alleen maar regen. Zelfs geen sneeuw. Dan zou je tenminste nog kunnen zeggen: we gaan in de sneeuw spelen. Maar neen, enkel regen. Dag, na dag, na dag, na dag. En net als je denkt dat het opklaart, verschijnt de volgende donderwolk aan de hemel. Liefst op het moment dat je op je fiets zit, ver weg van iets -gelijk wat- om onder te schuilen. Je haar ziet eruit alsof je een week niet gedoucht hebt. Je jeans plakt aan je benen, en ook je onderbroek schuurt de hele dag, waardoor elegant wandelen niet voor vandaag zal zijn. Bye, bye, poging om er in deze troosteloze periode lentefris uit te zien.

Kou. Als gevolg van de regen, weliswaar. Want aan de temperatuur zal het niet liggen. Maar de combinatie van natte handen op de fiets en koude wind is nog altijd geen aanrader. Het doet eigenlijk gewoon pijn. En dan zwijg ik nog over je oren, die na elke fietsrit voelen alsof ze eraf gaan vallen. Auw. Op tijd komen wordt ook een probleem. Want je handschoenen moeten aan, uit, aan, uit, half aan, uit. Hetzelfde geldt voor je sjaal en de rits van je jas.

Valentijn. Rotfeest. Hypocriet gedoe. Maar oké, een bloemetje mag altijd. En als het echt moet, offer ik mij wel op om mee iets te gaan eten. Anders heeft de babysit, ocharme, geen inkomsten die dag. Voor haar is het tenslotte ook februari.

Zoals je kan lezen eist het chronisch gebrek aan licht zijn tol. Mensen zijn chagrijnig. En mensen worden ook chagrijnig, van de andere chagrijnige mensen. Mensen worden zelfs chargrijnig van het woord ‘chagrijnig’, want het klinkt zo… chargijnig. Misschien moeten we wel collectieve werk-je-frustraties-uit-op-een-botsbal-sessies organiseren. En de energie die daardoor vrijkomt omzetten in elektriciteit, waardoor we toch tenminste nog iets productiefs doen. Er zonlicht mee nabootsen, bijvoorbeeld. Want wanneer komt dat verdomde zomeruur terug?

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Arme kleine mormeltjes.

“Nee. Ik wil bij jullie slapen!” Vier jaar is hij, en om vier uur ‘s ochends staat hij gillend naast ons bed. “Ga naar je bed, het is nacht.” “Nee.” ‘s Nachts lijkt hij nog harder te kunnen gillen dan overdag. Om gek van te worden. Kordaat leg ik hem terug in zijn bed, en mompel nog iets over flinke jongens en luisteren. Terug in mijn bed hoor ik hem woest in zijn kussen gillen. Gelukkig dooft het gegil snel uit. Oef. Nog even slaap. Maar slapen lukt niet meer.

Wat zit ik soms met die kleine mormeltjes in. Ze worden geleefd. Alles, maar echt alles wordt boven hun hoofd beslist. Ik zou gek worden. De hele dag worden ze heen en weer gesleept, zonder te weten wat de volgende stop wordt. Wat ze aantrekken? Daar hebben ze niets over te zeggen. Wat ze gaan doen die dag? Wordt voor hen bepaald. Of er na het park ook nog naar de winkel gegaan wordt? Who knows. Volgen is de boodschap. Dat moet toch ongelofelijk vervelend en onvoorspelbaar zijn. Verdomd vermoeiend ook. En ja, het zal wel allemaal altijd een reden hebben. Wij volwassenen hebben voor alles in ons hoofd een reden. Heb je zin spaghetti? Sorry, we gingen net broccolipuree eten. Heb je daar geen zin in? Pech gehad. Je moet proeven. Je zou voor minder slechtgezind worden. Maar slechtgezind worden mag niet, want je moet vrolijk met je autootjes spelen. Of wou je graag je film uitkijken? Sorry, dat zal niet gaan. Je tv-tijd is om voor vandaag. Om te ontploffen. En als ze dan ‘s nachts op zoek gaan naar geborgenheid, worden ze gewoon weggestuurd. Vreemd is dat eigenlijk. Ik herinner me wat een collega ooit tegen me zei: een leeuw legt zijn welp toch ook niet onder een andere boom te slapen.

Stilletjes sluip ik mijn bed uit, naar de kleuterkamer aan de overkant van de gang. In het zachte licht van zijn paddenstoelenlamp zie ik mijn schattige weerbarstige monstertje in een diepe slaap verzonken liggen. Voorzichtig leg ik me naast hem. Ik trek zijn dekentje nog wat hoger, en aai hem door zijn zachte blonde krulletjes. Morgen mag hij zelf kiezen wat hij eet. En wat we gaan doen. De hele dag lang.

 

(geschreven voor mamabaas.be)

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Fashion of the fittest.

Kopen, kopen, kopen. Mantragewijs galmt het door mijn hoofd. Eindelijk solden. Laat je gaan. Je hebt het nodig. Dit is het moment. Rondom mij partners in crime in de wegwerpcultuur. Uit alle gaten en spleten van de stad lijken ze te verschijnen. Als wolven op een bloedend hert storten ze zich op hun prooi, uitgehongerd na maanden schaarste. Klaar om te pakken wat ze pakken kunnen. De procenten werken als suikervervangende hapklare brokjes zelfbevrediging. Welgemikte shotjes endorfines met een zeer tijdelijk effect.

De jongen is pas zes. Hij is erg goed in zijn vak. De beste van zijn ploeg. Hij werkt het fijnste, heel precies en netjes. Hij is slim, hier zou hij veel kansen krijgen. Maar zijn enige doel is overleven. Brood voor zijn familie. Medicijnen voor zijn zusje.

Bergen kledij, made in Bangladesh. Grabbel, graai, verover, verschalk uw medegraaier. Wring u door de massa, op zoek naar uw zelfgekozen keurslijf. Fashion of the fittest. De meest vastberaden wijfjes pronken met hun prooi: de look van dertien in een dozijn. Ik ben, vrees ik, de weakest link. Mijn zin in soldenkoopjes smelt even snel weg als het ijsje op mijn tong.

Drie kinderen heeft ze, de jongste hangt nog aan haar borst. Haar handen liggen open, ademen gaat moeilijk. Al zo lang ze zich herinnert kleurt ze katoen. De chemische stoffen eisen hun tol. Maar ze moet verder. Voor de kinderen. Misschien kunnen ze dan naar school.
Kopen, kopen, lopen, lopen, lopen. Voor ik het weet is de mantra in mijn hoofd een eigen leven gaan leiden. Smijt het neer, gooi het weer in het rek. Maak je geen illusies: die kilo te veel gaat er nooit meer af. De maat was te optimistisch, het motief te druk. Maar vooral: die donkere schaduw is er met de beste zeep niet uit te krijgen.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Vier jaar sterven.

Daar ligt ze dan. Ze kijkt de kamer rond. Voor de achthonderdzevenenvijftigste keer telt ze de lelijke plafondtegels. Achtenhalve tegel in de breedte. Negen in de lengte. Als ze het gangetje niet meetelt. De vierde tegel van de tweede rij is vernieuwd. Dat weet ze al lang. Ieder vuiltje, barstje en krasje kent ze. Al drie jaar, elf maanden en vijf dagen is deze kamer haar eiland. Haar lichaam is de gevangenis die erop staat. Een gevangenis waar je maar op één manier uit kan ontsnappen. Zesenveertig jaar jong is ze. Lichamelijk een wrak.

Het is geen nieuws meer. En al zeker geen verrassing. Al zes jaar weet ze dat dit de laatste fase zal worden. Ze had alleen nooit gedacht dat die laatste fase zo slepend zou zijn. De ziekte vreet haar lichaam langzaam op. Ze heeft zich voorbereid. Jaren geleden zette ze het op papier: als het niet meer gaat, wordt het licht voor haar gedoofd. Zo wilt ze het. Al lang. Alles is in orde, netjes georganiseerd. Dat geeft rust.

Vier jaar voordien. De hoofdverpleegster komt binnen. Op een vervelende, kinderachtige toon die alleen diehard bejaardenverzorgsters en kleuterleidsters beheersen, kondigt ze het aan. “Annemieke, zoals we vorige week besproken hebben, lijkt het ons een goed idee dat je verhuist naar de palliatieve eenheid van Sint-Jetteke. Dat is dicht bij huis Annemieke, daar kan je familie rustig afscheid nemen. Dat gaat je goed doen, hé, Annemieke”. De toon doet haar huiveren. Het is alsof haar laatste greintje waardigheid weggeblazen wordt door de lookadem van de verpleegster.

 
Daar ligt ze nu. In Sint-Jetteke. Al drie jaar, elf maanden en vijf dagen. Plafondtegels te tellen. Langgerekt te sterven.  Bedankt, monseigneur De Kesel, dat dit de weg is die u voor ogen heeft. Op institutioneel niveau, zoals u dat zo mooi zegt, is duidelijk niet veel empathie te vinden.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Waarom de Kerstman en ik geen dikke vrienden zijn (maar ik er toch mee opgescheept zit).

“Mama, heeft de Kerstman al cadeautjes gebracht?”  We zijn onderweg naar huis. Ik heb thuis nog met geen woord over de Kerstman gerept. Toch komt mijn vierjarige Meneertje Wijsneus vragen of hij al is geweest. Met mijn mond vol tanden sta ik te kijken.

Het huis ruikt nog naar mandarijntjes en chocolade. Sinterklaas is net het land uit. Het was weer een magisch moment. Kindervoetjes trippelen de trap af, volgen het spoor van snoepjes, en eindigen bij een schat aan nieuw speelgoed. De afgelopen weken was de Sint de rode draad doorheen het leven. Eerst kwam hij met veel bombarie aan, dan kwam hij thuis op bezoek, daarna gingen we in de cinema een film over de Sint kijken. En uiteindelijk, na lang treuzelen, stapte hij weer op de boot richting Spanje. Ziezo, voorbij voor dit jaar.

SINTERKLAAS MET EEN BROEK AAN

Maar voor we het goed en wel beseffen staat de volgende wit bebaarde bejaarde in onze living. En eigenlijk wil ik hem helemaal niet in mijn huis, die Kerstman. Het is gewoon Sinterklaas met een broek aan. “Met Kerst kopen we cadeautjes voor elkaar, jongen. Omdat we elkaar graag hebben. Dat doen we om elkaar blij te maken.”  “Mag ik dan ook een cadeautje voor tante Kriek kiezen? Een boze dino?” Ja, natuurlijk. Als Meneertje tante Kriek blij wilt maken met een dino, dan is dat prima.

Ik heb hem niet nodig, die Noordelijke Sinterklaas. Met Kerst vertel ik aan mijn kinderen welke cadeautjes ik met veel zorg voor hen heb uitgezocht. En ontvang ik heel trots hun cadeautje voor mij: een tekening waar met veel overgave aan gewerkt is. Want kinderen geven graag cadeautjes. En Kerstmis is daar een ideaal forum voor. Dus waarom daar verder veel gedoe rond maken?

Vijf minuten later. We komen thuis aan. “Mama, mag ik dan nu gaan kijken of de Kerstman al is geweest?” Zucht. Ik zei het al: ik zit opgescheept met de Kerstman.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

De Aarde verdrinkt.

De verandering was subtiel. Waren het haar kleuren, die net iets valer waren dan vroeger? Was het haar huid, die schilferde van de droogte?
Haar oude lijf kraakte als verse sneeuw onder de voeten van de eerste passant. De parasieten raasden door haar steeds frêler wordende lijf. Ooit had ze hen omarmd. Met liefde een thuis gegeven. Nu overwoekerden ze ieder plekje van haar lichaam. Ze bebouwden, verbouwden en bevuilden haar. De liefde was niet wederzijds. Ze was uitgespuwd en misbruikt. Als een schotelvod na een ranzige maaltijd was ze achtergelaten in haar eigen vuil.

Het water bedekte een steeds groter deel van haar ooit zo fiere, ronde lichaam. Het bad liep vol. Het geluid van de kraan vulde de donkere kamer. Met kleine slokjes nam ze het wassende water in zich op. Het werd heter en heter. Eerst voelde het fijn, als een warm deken bij het haardvuur. Maar met elke graad gleed het leven in haar verder weg. Langzaam liet ze los. De parasieten zochten zich een weg uit haar vertrouwde lijf. Ze kronkelden, krioelden, schreeuwden moord en brand. Hopeloos op zoek naar een alternatief voor de fouten ze zelf hadden gemaakt. Stilaan verdronk ze in haar eigen, hete bad. Teleurgesteld en leeg.

Dit is het moment waarop we collectief de deur moeten inbeuken. De Aarde verdrinkt. Alleen wij kunnen haar redden.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Waar is de taal die ons verbindt?

Het zou een leuke avond worden. Etentje, concertje, daarna nog op café. Ze hadden er de hele week naar uitgekeken.

Het zou een spannende avond worden. De avond van hun dood. Dat wisten ze op voorhand. Maar hun boodschap zou aankomen, daar in Parijs. Hun aanhangers zouden trots op hen zijn.

Hier staan ze dan. Leeftijdsgenoten. Fysiek inwisselbaar, maar mijlenver uit elkaar. Oog in oog op een rockconcert. Ze lusten beiden geen spruitjes en houden van vanille-ijs. Ze maken allebei wel eens ruzie met hun broer, en maken het dan ook even snel weer goed. En nu staan ze hier. Het enige dat het scheidt is de loop van een Kalasjnikov. Een fractie van een seconde, maar naar hun gevoel een uur.

De ene dacht morgen een kater te hebben. De andere verwachtte er morgen niet meer te zijn. Op dezelfde avond. Op dezelfde plaats. Om een punt te maken, dat ons als westerlingen totaal onduidelijk blijft. Totaal zinloos. Is er iets dat wij niet begrijpen? Ongetwijfeld. Is er iets dat zij niet begrijpen? Zeker weten. Waar is de taal die ons verbindt?

#parisattacks  #bataclan

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare
« Oudere berichten

© 2019 Bonkerop.

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑