Het doek gaat open. Het is stil in de straten van Molenbeek. Sinds de heisa van november, heerst er de afgelopen maanden een adagio. Het leven gaat weer verder. Van Salah Abdeslam geen spoor. Molenbeek wordt geviseerd als gevaarlijkste gemeente van de wijde omstreken.

Aan de coté cour, de rechterkant van het toneel, gaat alles op rolletjes. Het blauw van de bruine burgemeester is daadkrachtig. De criminaliteit is gedaald, de laatste jaren. Twee jaar geleden was er een klacht wegens racisme binnen de politie, maar die is zo snel mogelijk vergeten. De vogeltjes fluiten, aan de coté cour.

Intussen aan de coté jardin. Agenten staan met hun rug tegen de muur. De spanning is te snijden. Tussen hen in een deur. Gebonk. “Politie, doe open”. Het antwoord is even duidelijk als gruwelijk. Schoten gaan door de deur heen. Eén verdachte wordt gedood, de andere twee ontsnappen.

Aan de coté cour, in perfecte symbiose met de overwinning aan de coté jardin: drama. Tussen de helden blijken mollen te zitten. Mensen zonder papieren worden afgeperst en beroofd door politiemensen. Gemakkelijke prooien zijn het, zonder enige mogelijkheid tot verdediging. Mannen in uniform maken misbruik van hun machtsposititie tegenover mensen aan de rand van de maatschappij. De Antwerpse politie staat in grand écart.

Na een maandenlange adagio komt er in Molenbeek, de coté jardin, een grand allegro. In een paar sierlijke sprongen wordt Europa’s meest gezochte terrorist, Salah Abdeslam, gevat. Lévend gevat, wie had dat nog gedacht. Wat een prachtig politiewerk. Elegant, netjes, beschaafd.

Het sluitstuk is een opmerkelijk assemblé ammené, een verzameling van verdachten.Dat wordt vast een mooi samenspel, daar in de gevangenis.

 

 

 

Ook te lezen op De Wereld Morgen.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare