De babydrager. Ik ben er grote fan van. Babydragers zijn vergelijkbaar met draagdoeken, maar dan zonder het gevecht met de doek. Je maakt er van je kind een rugzakje mee.  Wat een wieg of kinderwagen niet kan bereiken, kan een babydrager vaak wel. Krijsende baby’s in slaap krijgen, bijvoorbeeld. Of tegensputterende peuters vlot vervoeren. 

In heel wat systemen kunnen tegenwoordig kinderen tot vier jaar. Eén tip: vertel hen dat nooit! Of eerlijker: vertel het hen wel, want je kleuter op je rug, het is best gezellig. In je oor worden er stiekem grappige dingen verteld over de mensen rondom je, en dat is erg entertainend. Maar de gemiddelde moeder- of vaderrug kan dat kleuterdragen niet veel langer dan een half uurtje aan. Dus vertel de kleuter in kwestie dat de draagzak maar een half uurtje per dag werkt. Daarna verandert die in een kriebelmonster.

Een draagzak en een handtas zijn echt niet te combineren. Serieus. Tenzij je jezelf wil ophangen. Dan is het succes verzekerd. Want wat doe je eerst aan: de handtas of de draagzak? Het wordt helemaal leuk als je iets nodig hebt dat helemaal onderaan je handtas zit. Want de wetten van de fysica blijven -spijtig genoeg- nog altijd van kracht: als jij je bukt, gaat je handtas ook naar beneden. Jammer.

Ook een leuke: je baby (of peuter, of kleuter) slaapt op je rug of je buik, en je moet naar het toilet. Eerst een beetje, dus oké, je wacht wel tot de baby wakker is. Een beetje wordt dringend. Dringend wordt heel dringend. Je ziet jezelf al staan met een natgeplaste broek én een draagzak, en dus besluit je maar om met kind en al naar het toilet te gaan. Toegegeven, het is wat gepruts. Maar het gaat. En de blikken van de andere mensen als je het toilet uitkomt, die moet je er dan maar bij nemen. Oh ja, er is ook nog een versie voor gevorderden: die met de jumpsuit.

Los van alle bovenstaande euvels, moet ik eerlijk zijn: de babydrager is de beste babygerelateerde aankoop ooit.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare