Bonkerop.

Klare taal. In teksten en ideeën.

Maand: januari 2016

Vijf vervelende eigenschappen van februari

De kerstperiode is al lang voorbij. En dat is meteen de eerste vervelende eigenschap van februari. Nu is het gewoon winter, zonder charme. Er is geen enkele reden om te vieren. Er is zelfs geen geld meer voor een troostcadeautje voor jezelf, want alles is uitgegeven aan kerstcadeaus. Het liefst zouden we heel februari ergens op een tropisch eiland onder een palmboom willen doorbrengen – wacht, dat geldt voor alle maanden. Maar toch, dit moet gewoon zo snel mogelijk voorbij zijn.

Regen. Alleen maar regen. Zelfs geen sneeuw. Dan zou je tenminste nog kunnen zeggen: we gaan in de sneeuw spelen. Maar neen, enkel regen. Dag, na dag, na dag, na dag. En net als je denkt dat het opklaart, verschijnt de volgende donderwolk aan de hemel. Liefst op het moment dat je op je fiets zit, ver weg van iets -gelijk wat- om onder te schuilen. Je haar ziet eruit alsof je een week niet gedoucht hebt. Je jeans plakt aan je benen, en ook je onderbroek schuurt de hele dag, waardoor elegant wandelen niet voor vandaag zal zijn. Bye, bye, poging om er in deze troosteloze periode lentefris uit te zien.

Kou. Als gevolg van de regen, weliswaar. Want aan de temperatuur zal het niet liggen. Maar de combinatie van natte handen op de fiets en koude wind is nog altijd geen aanrader. Het doet eigenlijk gewoon pijn. En dan zwijg ik nog over je oren, die na elke fietsrit voelen alsof ze eraf gaan vallen. Auw. Op tijd komen wordt ook een probleem. Want je handschoenen moeten aan, uit, aan, uit, half aan, uit. Hetzelfde geldt voor je sjaal en de rits van je jas.

Valentijn. Rotfeest. Hypocriet gedoe. Maar oké, een bloemetje mag altijd. En als het echt moet, offer ik mij wel op om mee iets te gaan eten. Anders heeft de babysit, ocharme, geen inkomsten die dag. Voor haar is het tenslotte ook februari.

Zoals je kan lezen eist het chronisch gebrek aan licht zijn tol. Mensen zijn chagrijnig. En mensen worden ook chagrijnig, van de andere chagrijnige mensen. Mensen worden zelfs chargrijnig van het woord ‘chagrijnig’, want het klinkt zo… chargijnig. Misschien moeten we wel collectieve werk-je-frustraties-uit-op-een-botsbal-sessies organiseren. En de energie die daardoor vrijkomt omzetten in elektriciteit, waardoor we toch tenminste nog iets productiefs doen. Er zonlicht mee nabootsen, bijvoorbeeld. Want wanneer komt dat verdomde zomeruur terug?

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Arme kleine mormeltjes.

“Nee. Ik wil bij jullie slapen!” Vier jaar is hij, en om vier uur ‘s ochends staat hij gillend naast ons bed. “Ga naar je bed, het is nacht.” “Nee.” ‘s Nachts lijkt hij nog harder te kunnen gillen dan overdag. Om gek van te worden. Kordaat leg ik hem terug in zijn bed, en mompel nog iets over flinke jongens en luisteren. Terug in mijn bed hoor ik hem woest in zijn kussen gillen. Gelukkig dooft het gegil snel uit. Oef. Nog even slaap. Maar slapen lukt niet meer.

Wat zit ik soms met die kleine mormeltjes in. Ze worden geleefd. Alles, maar echt alles wordt boven hun hoofd beslist. Ik zou gek worden. De hele dag worden ze heen en weer gesleept, zonder te weten wat de volgende stop wordt. Wat ze aantrekken? Daar hebben ze niets over te zeggen. Wat ze gaan doen die dag? Wordt voor hen bepaald. Of er na het park ook nog naar de winkel gegaan wordt? Who knows. Volgen is de boodschap. Dat moet toch ongelofelijk vervelend en onvoorspelbaar zijn. Verdomd vermoeiend ook. En ja, het zal wel allemaal altijd een reden hebben. Wij volwassenen hebben voor alles in ons hoofd een reden. Heb je zin spaghetti? Sorry, we gingen net broccolipuree eten. Heb je daar geen zin in? Pech gehad. Je moet proeven. Je zou voor minder slechtgezind worden. Maar slechtgezind worden mag niet, want je moet vrolijk met je autootjes spelen. Of wou je graag je film uitkijken? Sorry, dat zal niet gaan. Je tv-tijd is om voor vandaag. Om te ontploffen. En als ze dan ‘s nachts op zoek gaan naar geborgenheid, worden ze gewoon weggestuurd. Vreemd is dat eigenlijk. Ik herinner me wat een collega ooit tegen me zei: een leeuw legt zijn welp toch ook niet onder een andere boom te slapen.

Stilletjes sluip ik mijn bed uit, naar de kleuterkamer aan de overkant van de gang. In het zachte licht van zijn paddenstoelenlamp zie ik mijn schattige weerbarstige monstertje in een diepe slaap verzonken liggen. Voorzichtig leg ik me naast hem. Ik trek zijn dekentje nog wat hoger, en aai hem door zijn zachte blonde krulletjes. Morgen mag hij zelf kiezen wat hij eet. En wat we gaan doen. De hele dag lang.

 

(geschreven voor mamabaas.be)

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

Fashion of the fittest.

Kopen, kopen, kopen. Mantragewijs galmt het door mijn hoofd. Eindelijk solden. Laat je gaan. Je hebt het nodig. Dit is het moment. Rondom mij partners in crime in de wegwerpcultuur. Uit alle gaten en spleten van de stad lijken ze te verschijnen. Als wolven op een bloedend hert storten ze zich op hun prooi, uitgehongerd na maanden schaarste. Klaar om te pakken wat ze pakken kunnen. De procenten werken als suikervervangende hapklare brokjes zelfbevrediging. Welgemikte shotjes endorfines met een zeer tijdelijk effect.

De jongen is pas zes. Hij is erg goed in zijn vak. De beste van zijn ploeg. Hij werkt het fijnste, heel precies en netjes. Hij is slim, hier zou hij veel kansen krijgen. Maar zijn enige doel is overleven. Brood voor zijn familie. Medicijnen voor zijn zusje.

Bergen kledij, made in Bangladesh. Grabbel, graai, verover, verschalk uw medegraaier. Wring u door de massa, op zoek naar uw zelfgekozen keurslijf. Fashion of the fittest. De meest vastberaden wijfjes pronken met hun prooi: de look van dertien in een dozijn. Ik ben, vrees ik, de weakest link. Mijn zin in soldenkoopjes smelt even snel weg als het ijsje op mijn tong.

Drie kinderen heeft ze, de jongste hangt nog aan haar borst. Haar handen liggen open, ademen gaat moeilijk. Al zo lang ze zich herinnert kleurt ze katoen. De chemische stoffen eisen hun tol. Maar ze moet verder. Voor de kinderen. Misschien kunnen ze dan naar school.
Kopen, kopen, lopen, lopen, lopen. Voor ik het weet is de mantra in mijn hoofd een eigen leven gaan leiden. Smijt het neer, gooi het weer in het rek. Maak je geen illusies: die kilo te veel gaat er nooit meer af. De maat was te optimistisch, het motief te druk. Maar vooral: die donkere schaduw is er met de beste zeep niet uit te krijgen.

FacebookTwitterPinterestLinkedInShare

© 2019 Bonkerop.

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑